Naar de inhoud
Vind jouw klacht

Knieklachten

Knieklachten zijn klachten die men ervaart in en/of rondom het kniegewricht. Verschillende structuren in en rondom de knie zorgen ervoor dat de knie stabiel is en tegelijkertijd beweeglijk is. Wanneer de knie pijnlijk is zorgt dit er meestal voor dat er een verminderde bewegingsvrijheid (=mobiliteit) is in de knie.

De knie uitgelegd..

Het kniegewricht (articulatio genus) bestaat uit vier botdelen: het bovenbeen (femur), het scheenbeen (tibia), het kuitbeen (fibula) en de knieschijf (patella). Het kniegewricht is een scharniergewricht wat betekent dat de knie voornamelijk zorgt voor de buiging (flexie) en strekking (extensie). Het gewricht zorgt er echter ook voor dat het onderbeen naar binnen (endorotatie) of buiten (exorotatie) kan draaien. Belangrijke structuren van de knie zijn: de binnen- (MCL) en buitenband (LCL), de kruisbanden (ACL en PCL), de menisci en het kraakbeen.

Welke type knieklachten zijn er?

Knieklachten behoren, naast nek- en rugklachten, tot de meest voorkomende klachten van het bewegingsapparaat. Knieklachten kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Een belangrijk onderscheid is dat tussen traumatische en niet-traumatische knieklachten.

Traumatische knieklachten ontstaan na een duidelijk moment of incident, bijvoorbeeld tijdens het sporten, een val of een ongelukkige beweging. Vaak is er sprake van een herkenbaar ontstaansmechanisme en ontstaan de klachten relatief plotseling. Voorbeelden hiervan zijn een voorste kruisbandruptuur (VKB-letsel), achterste kruisbandletsel, meniscusletsel, collateraal bandletsel (MCL/LCL), patellaluxatie of een botbreuk. Ook een kneuzing of verstuiking van de knie kan na een trauma ontstaan.

Het herstel na een traumatische knieblessure verloopt over het algemeen gunstig, maar de duur van het herstel verschilt per persoon en is afhankelijk van de aard en ernst van het letsel. Een goed herstel kenmerkt zich onder andere door een geleidelijke afname van pijn en zwelling, verbetering van de bewegingsvrijheid en kracht en uiteindelijk het hervatten van dagelijkse activiteiten en sport. Afhankelijk van het letsel kan dit herstel enkele weken tot meerdere maanden duren.

Bij niet-traumatische knieklachten is er meestal geen sprake van één duidelijk moment waarop de klachten zijn ontstaan. De klachten ontwikkelen zich vaak geleidelijk, bijvoorbeeld door een verandering in belasting, herhaalde bewegingen of een tijdelijke mismatch tussen belasting en belastbaarheid. Het begin kan daardoor minder duidelijk zijn en de klachten kunnen in de loop van de tijd wisselen in intensiteit.

Voorbeelden van niet-traumatische knieklachten zijn onder andere patellofemorale pijnklachten, patellapeesklachten (jumper's knee), iliotibiale band-gerelateerde klachten (lopersknie), artrose van de knie en overbelastingsklachten van spieren of pezen rondom de knie. Ook hierbij kan de ervaren pijn worden beïnvloed door meerdere factoren en hoeft er niet altijd één specifieke structuur als oorzaak aan te wijzen te zijn.

Ook bij niet-traumatische knieklachten is het herstel vaak goed mogelijk. De behandeling richt zich onder andere op het herstellen van de belastbaarheid, verbeteren van kracht en bewegingscontrole en het geleidelijk opbouwen van activiteiten. Daarbij wordt gekeken naar de factoren die bij jou mogelijk een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van de klachten.

Welke oorzaken zijn er?

Acute, traumatische knieklachten ontstaan vaak bij sporten en/of een verkeerde afloop van een normale beweging en/of een trauma. Ze kunnen worden onderscheiden in twee mechanismen:

  • contactletsel (direct letsel) ontstaat door botsing met een persoon of voorwerp;
  • niet-contactletsel (niet-direct letsel) kan ontstaan bij bij plotseling afremmen tijdens een sprint, bij plotseling van richting verander en bij landen na een sprong met gelijktijdig draaibelasting (pivoteren);

Bij acute klachten komt de knieblessure veruit het meeste voor. In 2018 liep één vijfde van de Nederlandse sporters een knieblessure op, dat is 21%.

Niet-traumatische knieklachten ontstaan meestal geleidelijk en zijn vaak het gevolg van een samenspel van verschillende factoren. Zowel genetische en constitutionele factoren als lokale biomechanische factoren kunnen hierbij een rol spelen. Ook de verhouding tussen belasting en belastbaarheid is belangrijk. Een verandering in sportbelasting, werkbelasting of dagelijkse activiteiten kan bijvoorbeeld leiden tot klachten wanneer de belasting tijdelijk groter is dan wat het lichaam gewend is. Één op de drie knieblessures ontstaat geleidelijk en geeft langer last (langer dan drie maanden).

Wat zijn de belangrijkste kenmerken en symptomen?

Bij traumatische klachten is er een bepaald mechanisme aan voorafgegaan. Kenmerken bij bepaalde traumatische klachten zijn:

  • Kneuzing (contusie) van de weke delen van de knie door contactletsel
  • Weefselbeschadiging door overmatige (op)rekking van het kapsel en banden (distorsie) kan zowel bij contact- als niet-contact letsel ontstaan
  • Letsel aan de binnen- en buitenbanden (vaak in combinatie met kruisband en/of meniscus) kan zowel bij contact- als niet-contact letsel ontstaan. De impact zit aan de binnen of buitenzijde van de knie waarbij de voet nog gefixeerd is
  • Letsel aan de kruisbanden komt vaak voor bij sporten, zowel bij contact als niet-contact. Voorbeelden van mechanismen zijn: een overstrekking van de knie waarbij voet is gefixeerd of een combinatie waarbij de knie naar binnen valt, bovenbeen naar binnen draait en het onderbeen naar buiten draait bij een gefixeerde voet
  • Letsel aan de meniscus ontstaat vaak na een draaibeweging van het onderbeen met gelijktijdige buiging of strekking van de knie. Naast pijn en zwelling kunnen er slotverschijnselen zijn
  • Patella (sub)luxatie ontstaat meestal bij een geforceerde buig- en binnenvallende beweging van de knie (tijdens sporten)
  • Facturen n.a.v. een trauma of val
  • Spier(pees)letsels van met name de quadriceps of hamstrings ontstaan vaak bij bij hoog energetische trauma’s bij jongeren en bij laag energetische trauma’s bij ouderen

Bij niet-traumatische knieklachten is overbelasting of anatomische veranderingen vaak de oorzaak. Kenmerken bij bepaalde niet-traumatische klachten zijn:

  • Knieartrose is een degeneratieve aandoening die wordt gekenmerkt door pijn bij belasting
  • patellafemoraal pijnsyndroom (PFPS) wordt gekenmerkt door pijn achter, op of rondom de knieschijf tijdens of na belasting en bij gebogen knieën. Crepitaties (knakkende geluiden) kunnen ook aanwezig zijn. Op zichzelf geen alarmerend verschijnsel
  • Bursitis prepatellaris is een acute of chronische ontsteking van de slijmbeurs die wordt gekenmerkt door fluctuerende en soms pijnlijke zwelling op de knieschijf
  • Iliotibiale bandsyndroom (ITBS) is een overbelastingsblessure waarbij de pijn bij belasting wordt gevoeld aan de buitenkant van de knie
  • Jumper’s knee is een overbelastingsblessure waarbij de pijn bij belasting wordt gevoeld aan de voorkant van de knie
  • Ziekte van Osgood-Schlatter komt voor bij kinderen tussen de 8 en 15 jaar en wordt gekenmerkt door pijn onder de knie aan de voorzijde (bij de groeischijf)

Welke behandelingen zijn er?

Het beloop van traumatische knieklachten is over het algemeen gunstig, waarbij veel mensen uiteindelijk hun dagelijkse activiteiten en sport weer kunnen hervatten. Het herstel is echter afhankelijk van verschillende factoren, waaronder het type en de ernst van het letsel, de betrokken structuren en de individuele belastbaarheid. Bij circa één op de drie patiënten houden de klachten langer aan en kunnen deze een chronisch karakter krijgen.

Een knieblessure kan bovendien gevolgen hebben op de langere termijn. Met name bepaalde traumatische letsels, zoals schade aan de voorste kruisband of meniscus, kunnen het risico op het ontwikkelen van knieartrose vergroten. Dit betekent niet dat artrose na een knieblessure onvermijdelijk is. De ernst en aard van het oorspronkelijke letsel, het herstel van de knie en verschillende andere factoren spelen hierbij een rol.

Er zijn verschillende mogelijkheden om een traumatische knieblessure te behandelen. In grote lijnen maken we onderscheid tussen een conservatieve behandeling, zoals fysiotherapie, en een operatieve behandeling. Niet iedere blessure heeft een operatie nodig. Wanneer op basis van het klinisch beeld aanleiding bestaat om verder medisch onderzoek te doen of wanneer een operatie mogelijk aan de orde is, wordt je in overleg met de huisarts verwezen naar een medisch specialist.

Bij een conservatieve behandeling kunnen wij als fysiotherapeuten je begeleiden bij het herstel. De behandeling wordt afgestemd op het type en de ernst van het letsel, de fase van het herstel, je dagelijkse activiteiten en je persoonlijke doelen.

In de eerste fase kan de behandeling gericht zijn op het verminderen van pijn en zwelling en het herstellen van de bewegingsvrijheid. Vervolgens wordt de belastbaarheid stapsgewijs opgebouwd door gericht te werken aan kracht, stabiliteit, coördinatie en bewegingscontrole. Afhankelijk van de blessure en jouw doelen wordt uiteindelijk toegewerkt naar het hervatten van werk, dagelijkse activiteiten en/of sport.

Een goede balans tussen belasting en belastbaarheid vormt gedurende het hele herstel een belangrijk uitgangspunt. Het doel is niet alleen om de klachten te verminderen, maar om de knie weer sterk, stabiel en belastbaar te maken voor wat je in het dagelijks leven of tijdens het sporten van de knie vraagt.

Verder lezen

Specialismen bij knieklachten

Maak een afspraak

Maak makkelijk een afspraak met ons, klik onderstaande knop en u wordt doorgestuurd naar de inschrijvingspagina.

BellenAfspraak maken