Naar de inhoud
Vind jouw klacht

Schouderklachten

Schouderklachten zijn klachten die men ervaart in en/of rondom de schouder. Verschillende structuren in en rondom de schouder zorgen ervoor dat de schouder stabiel is en tegelijkertijd beweeglijk is. Wanneer de schouder pijnlijk is zorgt dit er meestal voor dat er een verminderde bewegingsvrijheid (=mobiliteit) is in de schouder.

De schouder uitgelegd..

De schouder bestaat uit drie verschillende gewrichten: het GH-gewricht tussen de bovenarm (humerus) en het schouderblad (scapula), het ST-gewricht tussen de ribbenkast (thorax) en het schouderblad (scapula) en het AC-gewricht tussen het schouderdak (acromion) en het sleutelbeen (clavicula). Rondom deze gewrichten bevinden zich vele structuren als spieren, bloedvaten, zenuwen, kapsels, banden en slijmbeurzen die samenwerken om de schouder zo goed mogelijk te laten functioneren. Een probleem bij één of meer van deze structuren kan leiden tot schouderklachten.

Welke type schouderklachten zijn er?

Er bestaan verschillende soorten schouderklachten. Een eerste onderscheid kan worden gemaakt op basis van de duur van de klachten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen acute, subacute en chronische klachten. Daarnaast kan onderscheid worden gemaakt tussen specifieke en aspecifieke klachten.

Acute klachten zijn klachten die korter dan zes weken aanwezig zijn. Wanneer klachten tussen de zes weken en drie maanden aanhouden, spreken we van subacute klachten. Klachten die langer dan drie maanden aanwezig zijn, worden beschouwd als chronische klachten. De term chronisch is hierbij een vakterm die uitsluitend iets zegt over de duur van de klachten. Het betekent niet dat de klachten blijvend zijn, dat herstel niet mogelijk is of dat de klachten ‘tussen de oren’ zitten. Voor zowel acute, subacute als chronische klachten bestaan verschillende behandelmogelijkheden.

Een tweede onderscheid is dat tussen specifieke en aspecifieke schouderklachten. Bij specifieke schouderklachten is er een duidelijke oorzaak of aandoening aan te wijzen. Deze kan bijvoorbeeld worden vastgesteld aan de hand van het klinisch onderzoek en, indien nodig, aanvullend onderzoek zoals een röntgenfoto of MRI-scan. Hierbij kan sprake zijn van een aantoonbare structurele afwijking of een specifieke aandoening.

Bij aspecifieke schouderklachten is er daarentegen geen eenduidige oorzaak of specifieke aandoening aan te wijzen die de klachten volledig verklaart. Er is wel sprake van pijn en/of beperkingen in het functioneren, maar aanvullend beeldvormend onderzoek laat niet altijd een afwijking zien die de klachten verklaart. Ook de term aspecifiek is een vakterm en betekent niet dat de klachten niet lichamelijk zijn of dat herstel niet mogelijk is.

Schouderklachten kunnen bovendien worden beïnvloed door verschillende factoren buiten het schoudergebied. Zo kunnen bijvoorbeeld de nek, elleboog en pols onderdeel zijn van de bewegingsketen en bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van klachten. Daarnaast kunnen schouderklachten multifactorieel van aard zijn, waarbij verschillende biologische, psychologische en sociale factoren elkaar beïnvloeden. Denk hierbij onder andere aan de fysieke belasting en belastbaarheid, herstel en slaap, stress, overtuigingen en verwachtingen rondom de klachten en de sociale of werkomgeving. Het ontstaan en aanhouden van schouderklachten kan hierdoor niet altijd worden verklaard vanuit één specifieke structuur of oorzaak.

Naast deze indeling op basis van duur en specificiteit kan de patiënt op grond van het klinisch beeld verder worden onderverdeeld in drie typen klachten:

Subacromiaal pijnsyndroom (SAPS)

Pijn, meestal unilateraal, gelokaliseerd rond het acromion en/of de bovenarm die verergert tijdens het heffen van de arm (pijn en/of bewegingsbeperking van het abductietraject). SAPS is veruit de meest voorkomende vorm van schouderklachten (70-80%). Aandoeningen van de subacromiale structuren komen met name voor in de leeftijd van 35 tot 75 jaar.

Glenohumerale gewrichtsklachten

Pijn en bewegingsbeperking van de schouder. Meest voorkomend zijn: frozen shoulder en artrose. Frozen shoulder komt het meest frequent voor in de leeftijdscategorie van 40 tot 60 jaar, terwijl artrose vooral gezien wordt bij patiënten boven de 60 jaar.

Overige schouderklachten

Bijvoorbeeld nekklachten met bijkomende schouderklachten (functiestoornissen van de cervicale wervelkolom of cervicothoracale overgang) en aandoeningen van het acromio- of sternoclaviculaire gewricht (bijvoorbeeld artrose).

Welke oorzaken zijn er?

Schouderklachten komen helaas frequent voor. Het schoudergewricht is één van de meest complexe gewrichten in het menselijk lichaam. Verschillende structuren in en rondom de schouder zorgen er samen voor dat de schouder stabiel is en goed kan bewegen. Helaas lukt dat niet altijd even goed. Schouderklachten kunnen zowel acuut als gedurende een langere periode ontstaan. Dit uit zich vaak in pijn en/of een bewegingsbeperking.

De meest gangbare theorieën over de oorsprong van schouderklachten worden hieronder besproken:

  • afwijkingen in het scapulothoracale gewricht; schouderbladdysfunctie
  • afwijkingen in de functie van het glenohumerale gewricht
  • afwijkingen van de anatomie van de structuren in de subacromiale ruimte
  • afwijkingen van het acromioclaviculaire of sternoclaviculaire gewricht
  • glenohumerale hypermobiliteit of instabiliteit door trauma of familiair
  • functiestoornissen van de cervicale wervelkolom of de cervicothoracale overgang

Veel voorkomende aandoeningen van de schouder zijn: overbelasting (of gedeeltelijke rupturen) van de pezen of spieren rondom het schoudergewricht, spierzwakte rondom het schoudergewricht, slijmbeursontsteking, inklemmingsklachten in het schoudergewricht, frozen shoulder of pijnklachten na een gewrichtsluxatie of ander ongeval.

Wat zijn de belangrijkste kenmerken en symptomen?

Iedere schouderklacht heeft haar eigen symptomen, immers niet elke klacht is hetzelfde. De belangrijkste kenmerken en symptomen kunnen zijn:

  • Zeurende of stekende pijn in en rondom de schouder(blad) en arm in rust of activiteit
  • Verminderde recruitment van de schoudergordelspieren
  • Verminderde mobiliteit van de schouder(blad)
  • Stijfheid in de schouder en nek
  • Moeite met het gebruiken van je arm bovenhands of bij het draaien van de arm
  • Kracht- en functieverlies in de schouderketen

Welke behandelingen zijn er?

Er is een verscheidenheid aan behandelingen. Je kan ze grofweg onderverdelen in operatief en conservatief. Indien de schouderklacht van dien aard is dat er mogelijk een operatie aan te pas moet komen, wordt je doorverwezen naar de huisarts of medisch specialist. Wanneer de schouderklacht conservatief moet worden behandeld dan kunnen wij, de fysiotherapeuten, met jou aan de slag gaan. De behandeling verschilt per individu en wordt mede bepaald door de oorzaak en duur van de blessure. Hoe de fysiotherapie behandeling(en) eruit zien en welke adviezen wij geven worden individueel bepaald. Bij de meeste schouderklachten is het belangrijk om de recruitment te verbeteren van de schoudergordelspieren. Daarnaast is het belangrijk om de mobiliteit, kracht en stabiliteit van de schouder te waarborgen.

Wij werken nauw samen in de 2e lijn met verscheidene orthopedisch chirurgen en sportartsen van diverse ziekenhuizen en medische centra die zich gespecialiseerd hebben in schouderklachten. Ook hebben veel huisartsen uit de 1e lijn ons al weten te vinden.

Verder lezen

Specialismen bij schouderklachten

Maak een afspraak

Maak makkelijk een afspraak met ons, klik onderstaande knop en u wordt doorgestuurd naar de inschrijvingspagina.

BellenAfspraak maken